CTO

De laatste tijd horen we steeds meer de CTO genoemd als regio in het paard waar zich beperkingen kunnen voordoen. Tijd voor wat toelichting.

CTO staat voor CervicoThoracaleOvergang, oftewel de overgang tussen de laatste halswervel, C7, en de eerste borstwervel, T1. Die overgang bevindt tussen de schouders; C1, de atlas, tot en met C6 bevinden zich van achter de oren tot net voor de schouder. Als in die regio beperkingen zijn, zoals pijn, spanning of stijfheid of zelfs pathologische aandoeningen zoals synovitis (gewrichtskapselontsteking) of artrose (botwoekeringen) van de facetgewrichten, kan dat een heel scala van verschijnselen geven, die apart of met meerdere tegelijk herkenbaar kunnen zijn:

1.      Eén of beide voorbenen maakt een minder grote bewegingsuitslag dan normaalgesproken zou moeten kunnen. Dat zie je dan het beste in draf met het betreffende voorbeen aan de buitenkant. Soms is het heel subtiel, soms is een paard uitgesproken bewegingskreupel.  Je kunt je voorstellen dat als die beperking beide voorbenen betreft er geen onregelmatigheid hoeft te zijn; dan is het paard te kort in beide voorbenen.

2.      Moeite met de lengtebuiging naar één of beide kanten.

3.      Het paard kan schoft en borstbeen niet voldoende liften, zoals nodig wordt als er aan verzameling en bergop gaan gewerkt wordt. Terwijl het bekken dan meer moet kantelen en de achterbenen met meer buiging onder de massa geplaatst worden, komt de schoft omhoog en krijgen de voorbenen meer "slag": de ruimte om meer naar voren en naar boven te grijpen.

4.      Als er sprake is van ernstige en/ of uitgebreide (waarbij meerdere halswervels betrokken zijn) pathologie in die regio zijn er soms ook meer in het oog springende bevindingen, zoals: spieratrofie in de hals, een stijve hals, spierzwakte in de achterhand en/ of verminderde coördinatie (ataxie).

Bedenk dat de zenuwvoorziening van de voorbenen uittreedt uit het ruggenmerg tussen C5 en T2, waardoor spanning in dat gebied de aansturing van de spieren in de voorbenen negatief kan beïnvloeden, met een grotere kans op blessures in de voorbenen als gevolg.

Zolang er (nog) vooral sprake is van functionele problemen (pijn, verhoogde (spier)spanning, stijfheid) kan chiropractie HET verschil maken om de bewegelijkheid te normaliseren en/ of osteopathie om de spanning te verminderen. Als er (nog) geen sprake is van pathologie zal de pijn dan verdwijnen of zelfs direct verdwenen zijn. Zo nodig zet ik high power laser (12W) in om pijn te bestrijden. Als er sprake blijkt te zijn van synovitis en/ of artrose kan een deskundige paardenarts vaak de vicieuze cirkel (pijn-spierspanning-stijfheid) voor langere tijd doorbreken, waardoor de chiropractische behandelingen beter en langer effect zullen hebben.