Paard (Management)

Het dragen van een ruiter is topsport voor een paard.

Topsport vereist zorgvuldige begeleiding en verzorging. Om goed te kunnen functioneren heeft een paard daarbij een gezond lichaam nodig en een uitstekend passend harnachement. Preventieve zorg bestaat uit
1. regelmatige zadelpascontrole: minimaal 2 x per jaar
2. regelmatige tandheelkundige zorg door een gecertificeerde paardentandarts: minimaal 1 x per jaar. Bij voorkeur door een deskundige zoals Daan Staller, dierenarts en gebitsspecialist die nog uitsluitend tandheelkundig werkt, zie http://www.paardentandartsstaller.nl/
3. een passend ontwormbeleid op basis van mestonderzoek
4. een passend vaccinatiebeleid: Na de basisvaccinaties: 1 x per 2 jaar tegen tetanus en als het paard in contact komt met andere paarden en/ of op wedstrijd gaat 2 x per jaar tegen influenza
5. een goed voermanagement: minimaal 4 x per dag ruwvoer (hooi of kuil) of continue in de vorm van weidegang, mits het gras niet te “rijk” is waardoor het paard overvoerd wordt. Krachtvoer (biks en muesli) dient alleen om tekortkomingen in het ruwvoer te compenseren. Sportpaarden hebben een veel hogere magnesiumbehoefte. Pavo sportsfit muesli en Pavo all sports biks voorzien daarin, zonder het paard “te heet” te maken. Een alternatief voor deze voedingen is regelmatig bloedonderzoek om te controleren of het paard voldoende magnesium, Vitamine E en selenium krijgt.
6. voldoende vrijheid in de vorm van weidegang of paddock: minimaal 4 uur per dag
7. voldoende soortgenoten als gezelschap
8. professionele hoefverzorging
9. een uitgebalanceerde training en
10. regelmatige controle door een osteopaat en/ of chiropractor: 3-4 x per jaar

Balans in de training
Balans in de training wil zeggen elke dag beweging dmv rijden, longeren of stapmolen, steeds 2 dagen lichte training gevolgd door 1 dag wat zwaarder, omdat een paard 48 uur nodig heeft om te herstellen. Onder wat zwaardere training versta ik een buitenrit met veel galopwerk en/ of heuveltjes of springen. Afwisseling is eveneens heel belangrijk, dus bijvoorbeeld dag 1 dressuur, dag 2 longeren of werken aan de hand, dag 3 springen, dag 4 dressuur, dag 5 dressuur of longeren, dag 6 buitenrit en dag 7 stapmolen. Dan ga ik er vanuit dat het paard buiten het werk om vrij kan lopen in paddock of wei. Anders is minimaal 2 maal per dag uit de box wel noodzakelijk, bijvoorbeeld 1 x rijden en 1 x een half uurtje stapmolen. Spieractiviteit (dus beweging) gaat gepaard met een betere doorbloeding van de skeletspieren, wat de aanvoer van zuurstof en voedingsstoffen en de afvoer van afvalstoffen (ook die van de vorige dag) verbetert. Om de ruiter te kunnen dragen zonder zichzelf te zwaar of scheef te belasten met een groot risico op blessures of slijtage heeft het paard een rechtrichtende dressuurmatige training nodig.

Oefeningen
Door het dagelijks laten doen van oefeningen ontwikkelt het paard de spieren die nodig zijn voor balans, kracht en souplesse. Onderzoek heeft uitgewezen dat paarden die revalideren ongeveer 80% kans hebben op recidief van hun klachten. Door het trouw uitvoeren van de toepasselijke oefeningen was dit terug te brengen tot ruim 30%. Zie onder de tab voor de oefeningen waar het om gaat.